Blokwoorden

Bij de werkvorm blokwoorden moet een leerling luisteren naar de verschillende klanken van een woord, het woord opbouwen met de klankblokken, het woord nakijken en ten slotte het woord opschrijven. Deze werkvorm wordt gebruikt om de spelling te oefenen maar het snel herkennen van klanken en woordstructuren is ook belangrijk als leesoefening. 

Voorbeeld

Laat bijvoorbeeld het volgende blokwoord zien: blauw-geel-geel blauw en vraag: “welk woord is dat: ‘roos’, ‘tak’ of ‘huis’?” Of vraag: “kan het ‘maan’ zijn?” (ja). “Kan het ‘boos’ zijn?” (ja). “Kan het ‘dier’ zijn?” (nee).

Blokwoorden

Het maken van woorden met klankblokken (blokwoorden) zorgt ervoor dat leerlingen gaan nadenken over de spelling. De klanken hebben allemaal een eigen kleur (korte klinkers zijn groen, lange klinkers zijn geel, medeklinkers zijn blauw enz.). Bij het maken van blokwoorden worden de klanken omgezet in een kleurcode. De leerling leert denken in klanken, de blokwoorden maken de klankstructuur van een woord zichtbaar en tastbaar. Ook fouten in de klankstructuur zijn makkelijk te herkennen en verbeteren: het aantal blokjes klopt niet en/of de blokjes hebben de verkeerde kleur. De leerling kan de fouten verbeteren vóór het opschrijven.

    Blokwoorden worden gebruikt voor:

    • Het versterken van de klank-teken koppeling.
    • Het versterken van het fonologisch bewustzijn.
    • Het begrijpen hoe woorden in elkaar zitten.
    • Als tussenstap bij het correct spellen van woorden.
    • Het uitleggen van spellingregels.

    Tip: Gebruik woordpakketten en categoriewoorden van de schoolmethode en laat deze woorden bouwen met de klankblokken.

    Video

    Kijk in ons filmpje hoe je leerlingen samen woorden kunnen bouwen met behulp van de blokwoorden sets.

    Woordvelden lezen met de blokwoordenboeken

    In de blokwoordenboeken staan woorden waarmee de leerlingen kunnen oefenen op verschillende niveaus. Een leerling kiest een woord uit het blokwoordenboek, de andere leerlingen bouwen dat woord op uit klankblokken. De blokwoorden worden met elkaar vergeleken. Als elke leerling hetzelfde blokwoord heeft gebouwd, schrijven ze het woord op. Daarna kijken de leerlingen het woord na met het blokwoordenboek zodat elke leerling ermee eens is. Dan mag de volgende leerling een woord uitzoeken en voorlezen.

    De leerling met het blokwoord zegt bijvoorbeeld: “het woord staat op bladzijde 13 in vakje 51 of 52, welk woord is dat?”
    De andere leerlingen zoeken het woord in vakje 51 en 52. Zij moeten álle woorden in de vakjes lezen om het goede woord (of de goede woorden) bij het blokwoord te vinden!
    Daarna is een andere leerling aan de beurt om een blokwoord te maken.

    Bestellen

    Er zijn 3 materialen sets om in de klas aan de slag te gaan met blokwoorden bouwen:

    Basisset 1

    26

    • 70 klankblokken
    • 5 markeerstiften
    • blokwoordenboek
    • TiB basiskaart 6 met uitleg

    Basisset 2

    39

    • 70 klankblokken
    • 5 markeerstiften
    • blokwoordenboek
    • TiB basiskaart 6 met uitleg
    • TiB basiskaart 3+4 (voor beginniveau)
    • doosje klank-teken kaartjes met letters
    • set springpleinrondjes met uitleg
    • spiekpen met basiskaart en basisregels

    Blokbox

    155

    • Speciaal voor in de klas is er nu de blokbox. Een blokbox is een set voor 16 leerlingen.
      Inhoud:

      • 8 sets klankblokken (1 set per 2 leerlingen)
      • 16 klankkaarten (A5, 1 per leerling)
      • een blokwoordenboek in een stevige box.

      Voor een klas heeft u 2 blokboxen nodig.

    Op deze pagina