Taal in Blokjes op Ondersteuningsniveau 2

Op ondersteuningsniveau 2 krijgen de  leerlingen extra begeleiding in de klas met Taal in Blokjes.  Ondersteuningsniveau 2 is een uitbreiding van Ondersteuningsniveau 1
Ga naar ON1 voor de basismaterialen en de basiswerkvormen.

Op Ondersteuningsniveau 2 kan je ‘risicoleerlingen’ extra instructie en inoefening geven met Taal in Blokjes in de klas en in ondersteuningsgroepjes.

Op dit niveau kan je preventief en proactief ingrijpen. Hieronder staat een basisopzet die je als uitgangspunt kan nemen. Bij deze basisopzet kan je vervolgens zelf de andere materialen, software en werkvormen van Taal in Blokjes kiezen die passen bij jouw doelstellingen en specifieke situatie. Kijk hiervoor bij Werkvormen met Taal in Blokjes en bij Basisopzet materialen en werkvormen  en ga naar ON1 voor de basismaterialen en de basiswerkvormen. 

 

Uitbreiding van Taal in Blokjes op Ondersteuningsniveau 2

Op Ondersteuningsniveau 2 werken de leerlingen in de klas met de twee basiswerkvormen van Taal in Blokjes:  klanken coderen en woorden bouwen met de klankblokken en opschrijven, naast de reguliere taalmethode. Net zoals bij Ondersteuningsniveau 1.

Daarbij wordt de begeleiding met Taal in Blokjes gaandeweg geïntensiveerd.

Bij de leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, gebruik je ook de werkboeken van Taal in Blokjes met de bijbehorende handleiding/oefenmappen met onder andere extra (auditieve) oefeningen. Oefen het lezen intensief op verschillende manieren. Geef extra hulp bij lezen -al dan niet in groepjes.

Daarnaast gebruik je ook een aantal extra werkvormen en materialen voor lezen en spellen, zoals bijvoorbeeld de lees- en woordstructuur kwartetten, zie de voorbeelden hieronder.

Bij veel werkvormen kunnen de leerlingen gecombineerd oefenen met de basisvaardigen, het lezen en het spellen.

Oefen met de Werkboeken
(lezen, spellen en basisvaardigheden)

1. Gebruik de werkboeken en bijbehorende handleiding/oefenmappen

Gebruik de werkboeken van Taal in Blokjes in de klas naast de reguliere taalmethode.

Kies het goede instapniveau. De leerlingen kunnen in de klas zelfstandig met de werkboeken van Taal in Blokjes aan de slag. Elke bladzijde begint met een voorbeeld waardoor de instructie van de leerkracht tot een minimum beperkt kan worden.

Gebruik de bijbehorende handleiding / oefenmappen onder begeleiding voor de extra oefeningen en om de opdrachten na te kijken.

Oefen de spelling en basisvaardigheden

2. Geef veel auditieve dictees met de klankblokken als tussenstap

Geef extra auditieve dictees van woorden en zinnen. Als voorbereiding op het schrijven, bouwen de leerlingen de woorden eerst met de klankblokken.

Gebruik de klankkaart op A4 formaat en leg deze op tafel.  Leg ook de spellingregels uit met de blokwoorden.

Deze werkvorm kan goed in groepje worden gedaan: leerlingen bouwen de woorden met de klankblokken, kijken samen na en schrijven het woord op.

3. Oefen de spelling met gekleurde letters

Hiermee oefen je de klank-teken koppeling, de letter (of klank)volgorde en de woordspelling. Het bouwen van woorden met letters is een goede aanvulling op de klankblokken.

Laat de leerlingen woorden bouwen en opschrijven met de letters van de  Letterbox klein of de Letterbox groot.

Bekijk hier ook de voorbeelden van werkvormen met de letters.

4. Versterk de klank-teken koppeling en de analyse van klanken en klankgroepen

Oefen (nog meer) met de klank-teken koppeling gebruik hiervoor de klank-teken kaartjes.

Oefen ook de analyse van klanken en klankgroepen in combinatie met het maken van blokwoorden en het opschrijven. Gebruik hiervoor het Springplein van Taal in Blokjes.

Laat de leerlingen de woorden hardop verklanken in losse klanken (woorden van één klankgroep) of in klankgroepen (woorden van twee of meer klankgroepen).

Op deze wijze leren de leerlingen leren hoe zij de analyse van klanken en klankgroepen actief en bewust kunnen inzetten bij het correct spellen van woorden.

De klank-teken koppeling, de analyse van het woord in losse klanken, het bouwen van het woord met de klankblokken en het opschrijven kan je ook oefenen met de klankkaart 3+4 op A4 formaat.

Hier passen precies de klankblokken op. Zie het voorbeeld hieronder.

5. klank-teken koppeling, auditieve analyse en spelling met de A4 klankkaart 3+4

  1. Zeg het woord.
  2. De leerling verdeelt het woord hardop in losse klanken (analyse), wijst per klank de goede letter aan op de klankkaart (klank-teken koppeling) en legt een klankblokje (soms twee) op de letter(s).
  3. De leerling pakt de blokjes in de goede volgorde van de klankkaart (klank-teken koppeling, geheugen), zegt de letters hardop, bouwt het woord met de blokjes en zegt het hele woord (synthese).
  4. Het blokwoord wordt nagekeken.
    5. De leerling schrijft het woord op. Ga dan door naar het volgende woord.

Bekijk de video: Woorden bouwen met de klankblokken

Oefen het lezen

6. Coderen en herhaald hardop lezen

Intensiveer de codeeroefeningen en combineer deze met (herhaald) hardop lezen van op klank gecodeerde teksten. Geef extra hulp bij het coderen van woorden en teksten daar waar nodig.

Vuistregel: begin met het coderen van klinkers en medeklinkers in woorden van één klankgroep (lettergreep). Ga dan over op het coderen van alleen de klinkers (de rest is immers medeklinker = blauw). Bij woorden van meerdereklankgoepen (lettergrepen) codeer je alleen de klinkers.

Zie ook: Basiswerkvorm lezen: woorden op klank coderen en hardop lezen – Zelf coderen

Volg de codeerstappen in de FAQ hieronder voor snel en efficiënt coderen.

7. Oefen met de Lees- en woordstructuur kwartetten in groepjes

Laat je leerlingen in groepjes werken met de lees- en woordstructuur kwartetten van Taal in Blokjes. Dit is een goede leesoefening waarbij op een speelse manier heel veel gelezen moet worden.

Bij de lees- en woordstructuur kwartetten matchen de leerlingen telkens woorden met bijbehorende klankstructuren. Dit is ook goed voor de spelling.

Er zijn verschillende niveaus: van makkelijke woorden zoals ‘ham’ en ‘tuin’ naar moeilijkere en langere woorden zoals ‘strand’, ‘aardig’, ‘gebakje’, ‘vrolijk’ en ‘dobbelstenen’. Op deze wijze kan je instappen op het goede niveau en kunnen leerlingen steeds moeilijkere woorden leren lezen.

Maak eerst kleine potjes die kunnen rouleren tussen de groepjes. Je kan ook de werkvorm ‘woordvelden’ uit het blokwoordenboek gebruiken. Leerlingen helpen elkaar, kijken samen na en spelen een uitdagend spel.

8. Gebruik de Taal in Blokjes Reader software voor de leeskilometers

Om leeskilometers te maken gaan de leerlingen  aan de slag met de Taal in Blokjes Reader software.

Kies het leesniveau (Avi en/of Cito). Geef leerlingen, die te langzaam of te onnauwkeurig lezen, extra leesopdrachten in de Reader. 

De verhalen zijn gecodeerd in de kleuren van Taal in Blokjes en ingedeeld op Cito en Avi-niveau.

Met klankhulp en de maatregelen voor tekstvereenvoudiging kan de leerling al snel verhalen lezen op een steeds hoger niveau.

Aan de slag: kies een verhaal uit de bieb, zet de klinkercodering aan en zet ook de lettergrepen/klankgroepen weergave aan. Bij het aanvangsniveau zet je ook de medeklinkercodering aan bij woorden van één lettergreep of klankgroep.

Gebruik het leeshappertje en schakel de voorleesstem in indien zinvol.

Monitor de vorderingen binnen de Taal in Blokjes Reader software.

Bekijk de video hieronder: Lezen met de Taal in Blokjes Reader software in groepjes.  

Voor meer uitleg, voorbeelden en mogelijkheden, ga naar: Taal in Blokjes Reader software.

Bekijk de video: Lezen met de Taal in Blokjes Reader software in groepjes.  

1. Voeg zelf woordenlijsten en verhalen toe in de Taal in Blokjes Reader software. De software codeert de klanken automatisch in de juiste kleuren en berekent het leesniveau.

2. Een aantal verhalen van VLL (Veilig en Vlot) staat ook in de Reader software,
zie: Ondersteun je leerlingen met Veilig&Vlot-verhalen in de Reader software.pdf

Materialen en software voor Ondersteuningsniveau 2 

Veel materialen en werkvormen kunnen op elk vaardigheidsniveau van een leerling worden ingezet omdat je zelf de woorden kiest waarmee je gaat oefenen.

Voorbeelden hiervan zijn: de klankblokken, de springpleinen, de klank-teken kaartjes, het blokwoordenboek (woorden ingedeeld op het niveau van alle werkboeken), bordspellen (opdrachten per niveau).

Materialen die aangepast moeten worden aan het vaardigheidsniveau lezen en spellen van de leerling(en) zijn:

  1. de werkboeken en
  2. de lees- en woordstructuur kwartetten.

Bij de werkboeken hebben we een handig overzicht waar in staat wat (voornamelijk) in een werkboek aan bod komt. Aan de hand van het lees- en spellingsniveau van de leerling kan je het instapmoment bij de werkboeken kiezen.

Tip 1: kies één niveau lager dan waar de leerling op vastloopt en laat dit werkboek versneld doorwerken in de klas (en ook thuis indien mogelijk).Tip 2: begin niet in werkboek 6 (alle stomme klinkers) bij een leerling die moeite heeft met de stomme klinkers, stap een werkboek lager in.Tip 3: Heb je een of meer werkboeken gekozen? Dan kan je heel handig de bijbehorende kwartetten erbij zoeken. De niveaus van de kwartetten zijn gekoppeld aan de werkboeken. Ga naar het kwartettenoverzicht en kijk bij de kwartetten welke werkboeken erbij staan. NB De kwartetten met ij/ei en ou/au zijn voor alle werkboeken geschikt.

Bekijk onderstaande links voor meer informatie over hoe de materialen ingezet kunnen worden. Voor het bestellen, zie hieronder.

Materialen

 Software:

Bij Werkvormen met Taal in Blokjes vind je aanvullende materialen en werkvormen.

Bestellen

Meer weten?

Over ondersteuningsniveau 2+3

Over ondersteuningsniveau 1+2+3

Op deze pagina