Taal in Blokjes op Ondersteuningsniveau 3
Op Ondersteuningsniveau 3 krijgen de leerlingen specifieke interventie met lezen en spellen op school met Taal in Blokjes.
Op Ondersteuningsniveau 3 wordt de opzet van Ondersteuningsniveau 2 verder uitgebouwd.
De leerlingen krijgen nu intensieve instructie en extra begeleiding.
Ondersteuningsniveau 3 is een uitbreiding van Ondersteuningsniveau 2. Neem de werkvormen en materialen van ON 2 ook mee op dit niveau.
Ga naar ON1 en ON2 voor de basismaterialen en werkvormen. Hieronder staat een basisopzet die je als uitgangspunt kan nemen. Deze basisopzet kan je combineren met andere materialen, software en werkvormen van Taal in Blokjes die passen bij jouw doelstellingen en specifieke situatie. Kijk hiervoor bij Werkvormen met Taal in Blokjes en bij Basisopzet materialen en werkvormen.
Spelling oefenen met de klankblokken, het blokwoordenboek en met de springpleinen
1. Maak intensief gebruik van de handleiding/oefenmap
De Handleiding/oefenmap wordt nu intensief gebruikt bij de face to face begeleiding door de taalspecialist. De handleiding/oefenmap is onontbeerlijk bij Ondersteuningsniveau 3. Elke handleiding/oefenmap staat boordevol met extra oefeningen en werkbladen in opklimmende moeilijkheidsgraad. Begeleiding is maatwerk, de leerkracht/taalspecialist maakt een keuze uit de oefeningen voor de leerlingen.
De leerlingen werken zelfstandig in het werkboek en laten de gemaakte bladzijdes uit het werkboek zien. De leerkracht/taalspecialist kijkt deze na.
Daarna gaan de leerlingen onder de begeleiding van de leerkracht/taalspecialist -individueel of in een groepje- aan de slag gaan met de (auditieve) oefeningen en de overige werkvormen uit de handleiding/oefenmap van Taal in Blokjes.
Elk werkboek heeft zijn eigen handleiding/oefenmap. De oefeningen uit de handleiding/oefenmappen zijn per bladzijde aan de bladzijdes uit werkboeken gekoppeld voor een optimale afstemming.
De leerkracht/taalpecialist kan gemakkelijk de extra oefeningen uit de handleiding/oefenmap koppelen aan de door de leerling gemaakte bladzijdes in het werkboek.
Daarnaast kan de leerkracht/taalspecialist ook gebruik maken van de de werkbladenmap uit de Workshop Taal in Blokjes.
In de klas kan de leerling zelfstandig in zijn/haar Werkboek van Taal in Blokjes werken.
Tijdens de begeleiding neemt de leerling zijn werkboek mee en vindt extra oefening en verdieping plaats met de werkvormen uit de bijbehorende handleiding/oefenmap.
2. Gebruik het Blokwoordenboek
Met het Blokwoordenboek van Taal in Blokjes kan je zowel de spelling oefenen als het lezen. De woorden van het Blokwoordenboek zijn in opklimmende moeilijkheidsgraad ingedeeld.
Het Blokwoordenboek volgt de opbouw van de Taal in Blokjes werkboeken. Het Blokwoordenboek wordt gebruikt voor de spelling (woorden bouwen met de klankblokken en opschrijven) èn voor het lezen (werkvorm ‘Woordvelden”.
Je kan het Blokwoordenboek gebruiken in combinatie met de werkboeken van Taal in Blokjes en met de Springpleinen of met je taalmethode. Je kan ook auditieve dictees geven met de woorden uit het Blokwoordenboek Begin op een makkelijk niveau en ga telkens een stapje hoger.
Oefen de spelling en basisvaardigheden
3. Geef auditieve dictees met extra tussenstappen
Bouw extra tussenstappen in bijvoorbeeld met coderen, bouwen en opschrijven.
- de leerling codeert eerst de woorden in de kleuren van Taal in Blokjes,
- vervolgens bouwt de leerling de woorden met de klankblokken, (dit kan ook als auditief dictee blokwoorden, draai dan het gecodeerde blaadje van stap 1 om of leg dit weg),
- tot slot schrijft de leerling deze woorden op (geef een auditief dictee van deze woorden).Maak een selectie van ‘nieuwe’ of ‘lastige’ woorden voor de spelling met de stappen 1,2 en 3.
Geef extra uitleg en instructie m.b.t. regels indien van toepassing. Leg de regels voor de lange en de korte klinkers uit met de klankblokken.
Andere tussenstappen met een auditief dictee zijn bijvoorbeeld:
- de letters (klanken) van het woord hardop uitspreken en aanwijzen op de klankkaart op A4 formaat vóór het opschrijven.
- het woord eerst springen op het Springplein en daarna opschrijven.
Bekijk de video “Woorden bouwen met de klankblokken en opschrijven” hieronder.
Zie ook: Basiswerkvorm spellen: woorden bouwen met klankblokken en opschrijven
Tip: gebruik ook de Module software voor een auditief dictee op het klankenbord van de software.
Lees hierover verder bij punt 10. Basisvaardigheden, woordlezen en spelling met de Module software.
4. Oefen de spelling met de gekleurde magneetletters uit de Letterbox
Je kan de magneetletters ook op tafel gebruiken, zonder magneetbord.
Geef een auditief dictee. Dicteer telkens een woord en laat de leerling woorden schrijven met de magneetletters.
Bij een magneetbord kan de leerling met de letters op het bord slepen bij het maken van een woord. Dan hoeft de leerling de letters niet telkens op te tillen. Zorg voor genoeg ‘sleepruimte’tussen de soorten letters. Als de leerling klaar is, mag de leerling de klanken weer terugslepen naar de goede plaats.
Bij een magneetbord kan je de letters ook groeperen in de volgorde van klankkaart, zoals op de foto.
Je kan deze werkvorm goed koppelen aan aan de uitleg van de klankregels.
Tip: bekijk de werkvorm: Woorden bouwen met gekleurde letters.
5. Oefen de spelling met de Woordbouwkaartjes
Laat de leerling woorden zelf woorden met en zonder regels verzinnen met de Woordbouwkaartjes en opschrijven.
Je kan de Woordbouwkaartjes ook gebruiken voor scrabble, kruiswoorden en letter-klank memory.
Elk kaartje heeft een letterwaarde, lange en moeilijkere woorden worden beloond met meer punten.
Leerlingen kunnen uitstekend in een groepje werken met de Woordbouwkaartjes.
De leerling die de ‘knapste’ woorden maakt, haalt het hoogste aantal punten en wint het potje!
6. Oefen intensief met de basisvaardigheden
Gebruik de Klank-teken kaartjes van Taal in Blokjes. Probeer elke dag een paar keer kort de klanken te flitsen. Gebruik ook de Module software (zie onder) voor het oefenen van de klank-teken koppeling.
Oefen de analyse van klanken en klankgroepen met het Springplein van Taal in Blokjes.
Gebruik ook de klankkaarten op A4 formaat, bekijk de voorbeelden en uitleg.
Voor het oefenen van de klankgroepen kan je het klankgroepenspel van de Bordspellen gebruiken.
Tip: gebruik ook de Module software voor het oefenen van de basisvaardigheden.
Woorden bouwen met de klankblokken en opschrijven
Oefen het lezen
7. Laat leesteksten coderen, hardop lezen en herhaald hardop lezen.
Laat niet meer coderen dan nodig!
In de beginfase worden de klinkers en de medeklinkers gecodeerd, daarna wordt overgegaan op het coderen van alleen de klinkers.
De leerling leert al snel dat de ‘rest’ altijd bestaat uitmedeklinkers (blauw) en dat de klinker het ankerpunt van de lettergreep (klankgroep) is. Laat af en toe ook de medeklinkers bij de eerste zinnen van een tekst coderen.
Bekijk de Basiswerkvorm lezen: woorden op klank coderen en hardop lezen.
Volg de codeerstappen in de FAQ hieronder voor snel en efficiënt coderen.
Wat is het doel van fonologisch coderen?
Met het fonologisch coderen van woorden werkt de leerling aan het:
a. versterken van de klank-tekenkoppeling,
b. versterken van het fonologisch bewustzijn,
c. doorzien van woordstructuren, dit is belangrijk voor beter lezen èn spellen,
d. voorbereiden van de spelling: eerst begrijpen hoe een woord in elkaar zit,
en daarna zelf opschrijven.
8. Gebruik de lees- en woordstructuurkwartetten voor lezen (en spellen)
Laat de leerling heel veel woorden lezen met de lees- en woordstructuur kwartetten!
Bij de Lees- en woordstructuur kwartetten moeten de leerlingen heel veel lezen omdat zij telkens woorden moeten matchen aan de bijbehorende klankstructuren. Inzicht in de klankstructuur van woorden is ook goed voor de spelling!
Er zijn verschillende niveaus: van makkelijke woorden zoals ‘ham’ en ‘tuin’ naar moeilijkere en langere woorden zoals ‘strand’, ‘aardig’, ‘gebakje’, ‘vrolijk’ en ‘dobbelstenen’. Op deze wijze kan je instappen op het goede niveau en kunnen leerlingen steeds moeilijkere woorden leren lezen.
Leerlingen helpen elkaar, kijken samen na en spelen een uitdagend spel.
Stap in op het goede niveau. Als dat goed gaat, gaan de leerlingen naar een hoger niveau met moeilijkere woorden.
Deze werkvorm kan heel goed in groepjes worden gebruikt.
Maak oneven potjes die kunnen rouleren tussen de groepjes.
Meng bijvoorbeeld twee opeenvolgende niveaus van de kwartetten.
Oefen met de Taal in Blokjes Reader software
8. Maak leeskilometers met de Taal in Blokjes Reader software
Laat leerlingen op school en thuis leeskilometers maken met de Taal in Blokjes Reader software. Kies een verhaal en het leesniveau (Avi en/of Cito) en stel de klankondersteuning in. Optimaliseer het leesbeeld met de maatregelen voor tekstvereenvoudiging.
Het is niet de bedoeling dat leerlingen alleen maar verhalen lezen die hij/zij zelf hebben gecodeerd. Laat de leerlingen intensief oefenen met de fonologisch voorgecodeerde verhalen van de Taal in Blokjes Reader. Laat leerlingen de verhalen (herhaald) hardop lezen.
Bekijk hieronder de video over klankhulp en leesbeeldoptimalisatie. Ervaar hoe een verhaal van niveau Avi Plus zodanig vereenvoudigd kan worden dat het verhaal overkomt als een tekst van niveau M4/M5. De oorspronkelijke versie kan voor een leerling veel te moeilijk zijn, maar de aangepaste versie niet!
Op school oefenen de leerlingen het lezen met de Taal in Blokjes Reader software individueel of in een groepje. Op de tablet lezen zij om de beurt een stukje hardop. Bekijk de video hieronder.
Zet leesopdrachten klaar vanuit de Taal in Blokjes Reader software voor thuis. Thuis lezen de leerlingen de klaargezette verhalen op hun eigen Taal in Blokjes reader account met een tablet, laptop of smartphone.
Het lezen op de mobiel kan soms erg praktisch zijn omdat deze altijd bij de hand is als er even tijd is. Op het kleine scherm passen korte regels met een paar woorden tegelijk die je snel kan doorscrollen. Deze lay-out kan door zwakke lezers juist als overzichtelijk worden ervaren omdat zij dan niet ‘een zee van letters’ zien.
9. Stel per leerling een leestraining samen en monitor de vorderingen.
Je kan voor elke leerling een leestraining op maat samenstellen met de Taal in Blokjes Reader software.
- kies een leerling
- kies een leesniveau
- kies een verhaal op tekstkenmerken
- stel de mate van leesondersteuning in
- geef leeshuiswerk voor thuis
- monitor de vorderingen
- voorlezen door de Reader
- eigen verhaal invoegen met afbeelding
- oefen het lezen in groepjes
1. Kies een leerling.
2. Kies een leesniveau (Avi of Cito) en zet verhalen klaar voor je leerling.
3. Kies een verhaal op tekstkenmerken
Binnen eenzelfde leesniveau kan een verhaal moeilijker zijn dan een ander verhaal met hetzelfde niveau.
Naast het leesniveau kan je een verhaal ook op tekstkenmerken kiezen zoals ‘klankzuiver’, met regels voor de lange en korte klinkers of met leenwoorden. Bij elk verhaal kan je de woordlengte (aantal klankgroepen) en andere woordkenmerken bekijken.
Zo kan je binnen een leesniveau met de makkelijkste verhalen beginnen.
4. Stel de mate van leesondersteuning in.
Nadat je het leesniveau en het verhaal hebt gekozen, stel je de klankcodering in en het leesbeeld. Gebruik het leeshappertje voor het leestempo.
Binnen de Reader kan je de mate van klankondersteuning en andere maatregelen voor tekstvereenvoudiging voor elke leerling apart instellen. Je kan bijvoorbeeld maximale ondersteuning instellen bij ‘moeilijke verhalen’ en minimale ondersteuning bij ‘makkelijke verhalen’. Bij de maximale ondersteuning laat je ook de woorden in klankgroepen (lettergrepen) zien.
Pas het leesniveau (Cito, Avi of TIB) aan naar gelang de vorderingen die je ziet in de leesgeschiedenis (er zijn 10 leesniveaus).
6. Monitor de vorderingen
Voorbeeld: bekijk de leesgeschiedenis van Anne Bakker hieronder: wat heeft zij gelezen en in hoeveel tijd en wat heeft zij opgeschreven als samenvatting?
Benieuwd hoe dit werkt? Bekijk deze korte video over de bieb en leesgeschiedenis.
Meer weten? Bekijk het Behandelplan met de Taal in Blokjes Reader software.
7. Voorlezen door de Reader
Gebruik de voorleesfunctie binnen de Reader software indien zinvol, bijvoorbeeld als voorbereiding op het zelf lezen van een verhaal op instructieniveau.
Er zijn verschillende voorleesstemmen. Je kan deze optie aanzetten. De leerling leest mee met de voorleesstem. Bekijk de video hiernaast om een indruk te krijgen van de voorleesfunctie.
Wanneer is het gebruik van een voorleesstem in combinatie met gecodeerd lezen zinvol? Zie hiervoor onderstaande FAQ
8 Eigen verhalen met afbeelding invoegen
Je kan ook zelf verhalen met afbeeldingen invoegen, bijvoorbeeld een stukje uit Wikikids over een onderwerp dat je leerling erg interessseert.
De Taal in Blokjes Reader software codeert je tekst automatisch in de juiste klankleuren en bepaalt het (Avi, Cito en TIB leesniveau.
Leer verder over de Taal in Blokjes Reader software.
9. Oefen het lezen in groepjes met de Taal in Blokjes Reader software
Met de Taal in Blokjes Reader software kunnen leerlingen individueel en in een groepje werken aan lezen.
Elke leerling leest om de beurt een stuk voor van een verhaal uit de Reader. Bekijk de video hiernaast.
Oefenen met de Taal in Blokjes Module software.
10. Basisvaardigheden, woordlezen en spelling met de Module software
De Taal in Blokjes Reader software en de Taal in Blokjes Module software zijn complementair en vullen elkaar aan. Gebruik naast de Taal in Blokjes Reader software ook de Taal in Blokjes Module software.
Module software
De Module software kan op school ingezet worden voor basisvaardigheden, woordlezen
en spelling.
Deze software heeft onder andere werkvormen voor klank-teken koppeling, woorden coderen, syntheselezen, woordvelden, tempowoorden, spelling met het klankenbord en kleurendictee.
Verschil tussen Module software en Reader software
Gebruik de Module software voor de klank-teken koppeling en andere basisvaardigheden. Daarnaast voor woordlezen en voor de spelling met onder andere het klankentoetsenbord en het kleurendictee.
Voor het lezen op tekstniveau gebruik je de Taal in Blokjes Reader software. Teven kan je binnen de Reader software werken aan het begrijpend lezen tezamen met de schrijfvaardigheid.
Spelend leren met de Bordspellen en het Dobbelspel
Deze leerlingen oefenen met de bordspellen en het blokwoordenboek van Taal in Blokjes:
bouw het moeilijkste woord zodat je de meeste punten ervoor krijgt en schrijf het op.
11. Gebruik de Bordspellen
Taal in Blokjes heeft 6 bordspellen met een uitgebreid spellenboek] met veel verschillende opdrachten. Elk bordspel heeft opdrachten op twee verschillende niveaus en een aantal spelvariaties.
Met de 6 bordspellen gaan de spelers actief aan de slag met taal. Leerdoelen en vaardigheden die aan bod komen zijn: klank-teken koppeling, klankgroepen, spelling en lezen.
De bordspellen sluiten aan bij het concept van ‘gamification’ en kunnen worden gebruikt bij de werkboeken 1 t/m 8 en hoger. Bij de bordspellen heb je de klankblokken nodig.
Voor uitgebreide informatie over de bordspellen en het dobbelspel ga naar:
Werkvormen -> Bordspellen en Dobbelspel
Voorbeeld: het Klankgroepenspel
Het doel van dit spel is dat leerlingen woorden verdelen in klankgroepen en in klankgroepen gaan denken. Het opdelen van woorden in klankgroepen en het besef dat de klinker het ankerpunt van de klankgroep is, zijn belangrijke vaardigheden voor spellen én lezen.
Als een speler aan de beurt is, bedenkt hij een woord met zoveel mogelijk klankgroepen. De speler zegt het woord eerst helemaal hardop en vervolgens hardop in klankgroepen. Daarna benoemt hij de klinkers.
De speler die veel lange woorden kan bedenken en goed kan opdelen in klankgroepen komt het snelste vooruit op het spelbord en heeft de grootste kans om te winnen.
Wat is het verschil tussen een klankgroep en een lettergreep? de klankgroep is wat je hoort (bij het uitspreken) en de lettergreep is wat je ziet (bij lezen). Een klankgroep is gelijk aan een lettergreep met uitzondering van de medeklinkerverdubbeling. Deze wordt bij het verdelen van woorden in klankgroepen niet uitgesproken. Het woord “pakken” wordt p a - ken als klankgroep en p a k - ken als lettergreep. Zo ook bij de woorden hebben, opletten enz.: h e - ben is de klankgroep en h e b - ben is de lettergreep, op - l e - ten is de klankgroep en op - l e t - ten is de lettergreep.
12. Gebruik het Dobbelspel
Bij dictees en werkbladen worden woorden altijd voorgezegd. Met het Dobbelspel worden leerlingen opgeleid tot taaldenker: zij gaan zelf creatief aan de slag met het bedenken van woorden.
Zij gebruiken daarbij de klankblokken die zij met de klankdobbelstenen hebben ‘gewonnen’. Het knapste woord levert het hoogste aantal punten op.
De leerlingen denken na over woorden, klanken, klankgroepen en regels en schrijven het woord op. Zelf woorden bedenken met de goede spelling is belangrijk. Als je een verhaal schrijft, moet je toch ook zelf bedenken hoe je woorden goed schrijft?
Materialen en Software voor Ondersteuningsniveau 3
Veel materialen en werkvormen kunnen op elk vaardigheidsniveau van een leerling worden ingezet omdat je zelf de woorden kiest waarmee je gaat oefenen.
Voorbeelden hiervan zijn: de klankblokken, de springpleinen, de klank-teken kaartjes, het blokwoordenboek (woorden ingedeeld op het niveau van alle werkboeken), bordspellen (opdrachten per niveau).
Materialen die aangepast moeten worden aan het vaardigheidsniveau lezen en spellen van de leerling(en) zijn:
- de werkboeken en
- de lees- en woordstructuur kwartetten.
Bij de werkboeken hebben we een handig overzicht waar in staat wat (voornamelijk) in een werkboek aan bod komt. Aan de hand van het lees- en spellingsniveau van de leerling kan je het instapmoment bij de werkboeken kiezen.
Tip 1: kies één niveau lager dan waar de leerling op vastloopt en laat dit werkboek versneld doorwerken in de klas (en ook thuis indien mogelijk).Tip 2: begin niet in werkboek 6 (alle stomme klinkers) bij een leerling die moeite heeft met de stomme klinkers, stap een werkboek lager in.Tip 3: Heb je een of meer werkboeken gekozen? Dan kan je heel handig de bijbehorende kwartetten erbij zoeken. De niveaus van de kwartetten zijn gekoppeld aan de werkboeken. Ga naar het kwartettenoverzicht en kijk bij de kwartetten welke werkboeken erbij staan. NB De kwartetten met ij/ei en ou/au zijn voor alle werkboeken geschikt.
Materialen
- Hang de poster Taal in Blokjes aan de muur
- Hang de Letterlijn op
- fluormarkers
- klankblokken (blokboxen, basiskoffer uitgebreid)
- klank-teken kaartjes
- blokwoordenboek
- Springplein Taal in Blokjes
- A5 kaarten of stickers met klank-tekenkoppeling voor op tafel
- klankkaarten op A4 formaat
- werkboeken 1 t/m 10
- bijbehorende handleiding/ oefenmappen
- gekleurde letters (en woordbouwkaartjes)
- lees- en woordstructuur kwartetten
- bordspellen, inclusief klankgroepenspel
- dobbelspel woorden bouwen
Software:
Taal in Blokjes is een goedgekeurde interventie voor lezen èn spellen door het NKD. Uiteraard moet er een plan van aanpak zijn dat aangepast is aan de ondersteuningsbehoefte van de leerling.
Zo kan bij een leerling het accent bij de begeleiding meer op lezen liggen en bij een andere leerling meer op spellen.
Tip 1: Bij Werkvormen met Taal in Blokjes vind je aanvullende materialen en werkvormen.
Tip 2: Geef leeshuiswerk op met de Taal in Blokjes Reader software. Leerlingen kunnen lezen met de tablet, laptop of de mobiel.