Spelend leren met de Lees- en Woordstructuur Kwartetten van Taal in Blokjes

Wat is er nou leuker dan spelend leren? Met de lees- en woordstructuurkwartetten van Taal in Blokjes kan dat!
Bij een aantal leerlingen gaat het leren lezen niet vanzelf maar met de kwartetten van Taal in Blokjes wordt het lezen spelenderwijs en intensief geoefend zonder dat de leerlingen het idee hebben met een leesoefening bezig te zijn.
En tegelijk leren zij hoe woorden in elkaar zitten, dat is ook handig voor de spelling!

Kwartetten op elk niveau

Er zijn lees- en woordstructuur kwartetten op verschillende niveaus. Van makkelijke woorden zoals ‘ham’ en ‘tuin’ naar moeilijkere en langere woorden zoals ‘strand’, ‘aardig’, ‘gebakje’, ‘vrolijk’ en ‘dobbelstenen’. Op deze wijze kan je instappen op het goede niveau en kunnen leerlingen steeds moeilijkere woorden leren lezen. Scroll naar beneden voor een overzicht van alle kwartetten.

 

In een groepje kunnen de leerlingen grotendeels zelfstandig met de kwartetten aan de slag. Elke speler in het groepje oefent het lezen met de leeskwartetten. Leerlingen kijken samen na en kunnen elkaar zo nodig helpen.

Natuurlijk kunnen de kwartetten van verschillende niveaus met elkaar worden gecombineerd.

Hoe werkt een Leeskwartet?

Een spel heeft 13 kwartetten. Kies met hoeveel kwartetten je het spel wilt spelen. Begin bijvoorbeeld met 5 of 7 kwartetten. Neem een oneven getal want anders is er geen winnaar.

Een kwartet bestaat uit 4 bij elkaar horende kaartjes, op elk kaartje staat een gekleurd woord in blokjes met 4 woorden eronder. De speler moet bepalen welk van de 4 woorden overeenkomt met het gekleurde woord in blokjes op elk kaartje. Zo kijkt de speler welke woorden hij al heeft en welke woorden hij nog moet vragen om een kwartet compleet te krijgen. Het makkelijkste kwartet, kwartet 1 heeft telkens 3 kaartjes (tritetten) om het spel voor de leerlingen makkelijker te maken.

Bij de kwartetten moet elke speler telkens alle woorden lezen en vergelijken met de gekleurde blokwoorden op de kaartjes.

Bij het spelen van een potje moeten leerlingen zo al gauw honderden woorden lezen en vergelijken. De vrager moet telkens alle woorden lezen en vergelijken met het gekleurde blokwoord om te kijken welk woord hij aan de tegenspeler moet vragen. De tegenspeler moet ook alle woorden lezen en vergelijken met het blokwoord om te bepalen of hij het gevraagde kaartje heeft.

Tip 1: In de klas kan je verschillende kwartetleesgroepjes samenstellen. Als een potje is uitgespeeld, kunnen de groepjes de setjes kwartetten met elkaar ruilen. Je kan ook de kwartetten van verschillende niveaus met elkaar combineren.

Tip 2: Gebruik de Leesplankjes voor het overzicht.

Tip 3: Bekijk de Kwartettenbox, hier zitten alle kwartetten in met leesplankjes behalve het Sinterklaaskwartet.

Tip 4: Je kan ook een kwartetwedstrijd organiseren op een spellendag, bijvoorbeeld met het Sinterklaaskwartet. Verdeel de leerlingen in 6 kwartetgroepjes. De winnaars van de groepjes spelen daarna tegen elkaar. En dan blijft er een winnaar over! Die krijgt de hoofdprijs en de andere spelers van deze groep krijgen een troostprijs. Ook kan je een keer een leesles op deze manier opzetten. Er wordt heel wat gelezen met de lees- en woordstructuur kwartetten!

Video kwartetten in de klas

9 verschillende kwartetten op 9 niveaus

Heb je een of meer werkboeken gekozen? Dan kan je heel handig de bijbehorende kwartetten erbij zoeken. De niveaus van de kwartetten zijn gekoppeld aan de werkboeken. Bekijk het kwartettenoverzicht hieronder en kijk bij de kwartetten welke werkboeken erbij staan. NB De kwartetten met ij/ei en ou/au zijn voor alle werkboeken geschikt, voor de lagere niveaus kies je de eenvoudige ei/ij en ou/au woorden.

Kwartetspel 1
mkm-woorden (zoals ham, kaas, mier)
Setjes van 3 kaartjes: tritetten.
Niveau werkboek 1+2+3, het cijfer rechtsboven op elk kaartje is lichtblauw
Kwartetspel 2
mkmm/mmkm (kast, stoel)
2 klankgroepen klankzuiver (rugzak)
3-teken en restklinkers (haai, schreeuw)
Niveau werkboek 4+5, het cijfer rechtsboven is rood.
Kwartetspel 3
Stomme klinkers -e, -ig en -lijk in woorden met 2 en 3 klankgroepen (boekje, aardig, moeilijk, gebakje)
Niveau werkboek 6 en hoger, het cijfer rechtsboven is groen.
Kwartetspel 4
Klankverkleuringen op r en l (beer, spoor, help, berg, zeurpiet)
Niveau werkboek 7 en hoger, het cijfer rechtsboven is oranje
Kwartetspel 5
Woorden met regels voor de lange en korte klinkers (apen, bakker, ademen)
Niveau werkboek 8 en hoger, het cijfer rechtsboven is donkerblauw
Kwartetspel 6
Woorden met regels voor de ch en de g (graag, morgen, kachel, beweegt, regenachtig)
Niveau werkboek 9 en hoger, het cijfer rechtsboven is roze
Kwartetspel 7
Inprentingswoorden met ij en ei (vijf, blijven, trein, kleine, schilderij, vrijheid)
Niveau vanaf werkboek 4, het cijfer rechtsboven is grijs
Kwartetspel 8
Inprentingswoorden met ou en au (oud, houden, touwtje, eenvoudig, pauw, augurk, wenkbrauw)
Niveau vanaf werkboek 4, cijfer rechtsboven is bruin
Kwartetspel Sinterklaas
Woorden op verschillende niveau’s: van korte mkm-woorden tot lange regelwoorden en van alles daar tussenin

Bestellen

Bekijk ook eens

Meer weten?

Op deze pagina