Gebruik de Reader software op het digibord voor lezen

Laat leerlingen oefenen met lezen  met de Taal in Blokjes Reader software op het digibord. Bijvoorbeeld met de methodiek van voor-koor-zelf lezen. Onderzoek laat zien dat de meeste leerlingen pas goede lezers worden als ze een goede leesinstructie krijgen waarbij er systematisch aandacht is voor de letter-klankkoppeling (Snow e.a. 1998). De fonologische codering van Taal in Blokjes met vaste kleuren voor klanken helpt hierbij.

Gebruik de Reader software op het digibord voor spelling

Laat leerlingen woordenlijsten spelling voorbereiden m.b.v. de Taal in Blokjes Reader software op het digibord. Zet woordenlijsten voor de spelling in Taal in Blokjes Reader software en zet de fonologische codering aan (op klank coderen gaat automatisch). Projecteer de woorden op het digibord en bespreek de spellingcategorieën en regels. Hieronder staan een aantal oefenmogelijkheden.

    1. Spelling voorbereiden en regels bespreken met de Taal in Blokjes Reader software op het digibord: visueel dictee

    1. Zet woordenlijsten in Taal in Blokjes Reader software, codeer deze (automatisch) en projecteer de woorden op het digibord. Lees de woorden eerst voor en schakel daarna over naar samen lezen (koorlezen).
    2. Laat de woorden staan op het digibord. Visueel dictee: de leerlingen bouwen de woorden op het digibord met de klankblokken (de leerling verklankt bij het blokken maar kan “spieken” op het digibord).
    3. De leerlingen kijken elk blokwoord na m.b.v. het digibord.
      In een groepje kijken leerlingen elkaar na.
    4. Zet het digibord uit. Zie hieronder voor stap 5 en verder: auditief dictee.

    2. Vervolg: spelling voorbereiden met de Reader op het digibord: van visueel dictee naar auditief dictee

    De leerlingen krijgen na visueel dictee auditief dictee van de woorden: zeg telkens één woord en laat dit woord bouwen met de klankblokken.

    1. De leerling bouwt het woord met de klankblokken en verklankt hierbij het woord (de leerling zegt de klank, pakt het blokje enz.). In een groepje kijken leerlingen elkaar na. Zij kunnen de blokwoorden bijvoorbeeld in een rijtje onder elkaar leggen.
    2. De leerling schrijft het woord op. In een groepje kijken leerlingen elkaar na.
    3. En nu naar het volgende woord!
    4. Als er tijd is: laat de leerling een paar zinnen maken met de woorden van het woorddictee. Dit is goed voor de generalisatie en herhaling in een context.

    N.B. Sla het ‘visueel dictee’ over zodra dit kan!

    3. Spelling voorbereiden met de Reader op het digibord, daarna woorden coderen, visueel dictee en auditief dictee. 

    1. Bespreek de woordenlijst op het digibord, zet het digibord uit en deel blaadjes uit met deze woorden.

    2. Laat de leerling(en) de woordenlijst (in een groot lettertype!) zelf coderen en hardop lezen. Door het hardop lezen koppelen de leerlingen de kleuren aan de uitspraak van de klanken. Laat de leerlingen elkaars blaadjes nakijken.

    3. De leerlingen draaien de blaadjes om en geef een auditief dictee van deze woorden (zonder eerst blokwoorden te maken, het coderen en hardop lezen van deze woorden ‘vervangt’ het maken van blokwoorden).

     

    4. Spelling voorbereiden met de  Reader op het digibord daarna gelijk auditief dictee.

    1. Bespreek de woordenlijst op het digibord en zet het digibord uit

    2. Zeg telkens één woord. De leerling luistert naar het woord en schrijft het woord op (auditief dictee zonder voorbereiding met blokwoorden of coderen). Leg eventueel de klankkaart van Taal in Blokjes op tafel.

    Op deze pagina