Lezen is leuk! Oefen thuis lezen (en spellen) met de Taal in Blokjes Reader software.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Cras feugiat eu mauris eu aliquam. Praesent suscipit urna tempor semper malesuada. Praesent varius velit sapien, 

Wat is de Taal in Blokjes Reader software?

De Taal in Blokjes Reader software maakt het lezen makkelijker. Door de klankhulp met vaste kleuren en door de diverse maatregelen voor tekstvereenvoudiging (lettergrootte, lettergrepen (klankgroepen), regelafstand, zinslengte etc.) wordt het technisch lezen vereenvoudigd en aantrekkelijk gemaakt.

Kinderen kunnen nu ook interessante teksten kiezen die anders voor hen te moeilijk zouden zijn. 
Zo wordt lezen weer leuk!

De Taal in Blokjes Reader software is géén voorleessoftware. Het is ontwikkeld om kinderen te helpen om op eigen kracht beter te leren lezen.

Een ‘lastige’ tekst wordt ‘behapbaar’ en kinderen kunnen leuke en interessante teksten met een hoger leesniveau aan. Dit bevordert het leesplezier, de leesmotivatie en de leesvaardigheid.

Voorbeeld: het verhaal over het stekelvarken op het grijze vlak hieronder is pittig maar met de klankhulp en de juiste instellingen is het lezen goed te doen! Korte klanken zijn groen, lange klanken zijn geel, twee-teken klanken zijn rood en stomme klinkers zijn oranje (en de medeklinkers zijn blauw). De klankhulp en andere hulpmaatregelen kunnen later stapsgewijze worden afgebouwd.

Op deze wijze kan een tekst van Avi 9+ vereenvoudigd worden zodat het leest als een tekst van Avi 3+ .

De Taal in Blokjes Reader software is ontwikkeld voor het beter leren lezen. Maar met deze leessoftware kan ook gewerkt worden aan het begrijpend lezen, aan de spelling en aan het zelf schrijven. Ook de resultaten (blz. 7) kunt u bijhouden in het programma. Maak een plan voor de thuisbegeleiding van de leerling en probeer de Taal in Blokjes Reader software uit met de onderstaande tips voor lezen, begrijpend lezen, spellen en schrijven.  De leerling heeft thuis nodig: een tablet, laptop of een mobieltje.

Laat de leerling thuis oefenen met technisch lezen, begrijpend lezen en verhalen schrijven met behulp van de Taal in Blokjes Reader software.

Aan de slag:

  • Voeg de leerling toe aan de software.
  • Kies samen de verhalen van de week uit de bieb en zet deze klaar met de eventuele andere opdrachten zoals bijvoorbeeld de hoofdgedachte van een tekst opschrijven of een kleine samenvatting maken.
  • Kies de klankhulp en de opmaak voor tekstvereenvoudiging. (1)
      • Bij teksten met woorden van één lettergreep: laat de klinkers en de medeklinkers coderen.
      • Bij teksten met woorden van meer lettergrepen: codeer alleen de klinkers en zet de lettergreepweergave aan.
  • Stel de lettergrootte en de regelafstand in voor de meest optimale leesweergave.  (2)Maak gebruik van het leeshappertje om ritmisch en op toon te lezen.  (3)
  • Kies teksten van een hoger leesniveau dat het geteste niveau (ingedeeld Avi 1 t/m 9 of op M3, E5 etc’.) als de leerling dit aankan met de klankhulp en de andere maatregelen voor tekstvereenvoudiging. Dit is ‘de zone van de naaste ontwikkeling’. Laat af en toe ook ‘makkelijke’ teksten met en zonder klankhulp lezen. Met oefenen ligt nadruk  op het lezen met klankhulp en lettergreephulp. Leerlingen lezen op school al heel veel zonder klankhulp.

Mogelijke opdrachten voor thuis:

  • Technisch lezen: Geef aan: zelf lezen / samen te lezen en om de beurt te lezen.
  • Geef aan of het leeshappertje gebruikt moet worden.
  • Begrijpend lezen: de ouder vraagt waar het verhaal over gaat (begrijpend lezen).
  • Zelf schrijven: de leerling schrijft kort in het schrijfvak op waar het verhaal over gaat. Dit is begrijpend lezen en schriftelijk formuleren. De leerkracht/begeleider kan deze ‘samenvatting’ online bekijken en beoordelen.
  • Hulp met opschrijven: mag de ouder kan (schrijf)hulp geven als dat dat nodig is?
  • De ouder kijkt samen met de leerling  de opdrachten na.

Laat de leerling thuis oefenen met spelling met behulp van de Taal in Blokjes Reader software

 

Aan de slag:

  • Zet woordenlijsten van de taalmethode en/of de te behandelen spellingcategorieën klaar in de Reader software, kies de klankhulp, de opmaak en voeg een afbeelding toe. Zet de woorden onder elkaar.

Mogelijke opdrachten voor thuis:

  • De leerling leest de gecodeerde woorden hardop en kijkt goed naar de codering van de klanken en de regels die er gebruikt zijn. De ouder kijkt mee of leest mee en bespreekt zo nodig de ‘moeilijke’ woorden. Vervolgens wordt vervolg de laptop of tablet weggelegd.
  • De ouder geeft een auditief blokkendictee van de gelezen woorden als voorbereiding op het woorddictee. Opdracht dictee: lees elk woord hardop en laat je kind het woord bouwen met de klankblokken. Bij het aan elkaar schuiven van de klankblokken zegt je kind telkens de bijbehorende klanken of klankgroepen hardop (verklankend blokken).
  • Leerling en ouder kijken samen het blokwoord na met het gecodeerde woord op de tablet als voorbeeld.
  • De ouder geeft een auditief woorddictee van de woorden De ouder zegt het woord nog een keer. Daarna schrijft de leerling het woord op (auditief woorddictee). Dit kan op een blaadje maar ook in het schrijfvak van de Taal in Blokjes Reader software onder het woordbestand. Als de dicteewoorden in het schrijfvak worden geschreven, kan de leerkracht/begeleider deze gelijk online inzien (net als de zelf geschreven ‘samenvattingen’ bij de verhalen die de leerling heeft gelezen, zie boven).
  • Geef van te voren aan of de leerling de blokwoorden als voorbeeld mag houden bij het opschrijven van de woorden. Dit is afhankelijk van het niveau en de mogelijkheden van de leerling.
  • De ouders en de leerling bespreken samen het dictee en de (eventuele) foutjes. Opmerkingen en bevindingen bij het dictee worden in het schrijfvak bij het woordbestand geschreven
    Bijvoorbeeld Goed zo!!! Maar twee foutjes: platsen (plaatsen) en loppen (lopen).
    De leerkracht/begeleider kan de spellingfouten, opmerkingen en bevindingen bij het dictee online inzien, beoordelen en feedback geven (en het dictee als dit in het schrijfvak is geschreven).
  • Tip: leerling en ouder kunnen ook af en toe van rol wisselen. Geef een daarvoor een woordenlijst aan. De leerling leest het woord van de tablet en de ouder maakt het woord met de blokjes en schrijft het woord op. Vergeet niet de klanken te zeggen! Samen zij na (en de ouder maakt af en toe een foutje om het spannend te houden).

Op deze manier kunnen leerling en ouder samen aan de spelling werken en met de Reader software nakijken of het blokwoord goed is gecodeerd en of het woord goed is opgeschreven

Resultaten bijhouden

De software houdt de vorderingen van de leerlingen bij. De software heeft een eigen bibliotheek maar je kan ook je eigen (school)bibliotheek samenstellen met eigen lespakketten en teksten voor thuis.

Voor de thuisbegeleiding kan je wekelijks een pakket lees- en spellingopdrachten voor thuis klaarzetten en monitoren met behulp van de Taal in Blokjes reader software. De leerling logt in en kan zelfstandig aan de slag met het lezen van teksten lezen met de vooraf ingestelde klankhulp en andere leesondersteuning. En ook met andere opdrachten op het gebied van spelling, schrijven of begrijpend lezen als die zijn opgegeven. In je hoofdaccount kan je terugzien wat de leerling heeft gelezen en geschreven.

Benieuwd hoe dit werkt?
Bekijk deze korte video over de bieb en leesgeschiedenis.

Meer informatie over de Taal in Blokjes Reader software zie:

Behandelplan lezen

 

De leesondersteuning kan voor elke leerling apart worden ingesteld. Voorbeeld: geef maximale ondersteuning bij ‘moeilijke verhalen’ en minimale ondersteuning bij ‘makkelijke verhalen’. Stel het leesniveau bij (10 niveaus) aan de hand van de vorderingen die u ziet in de leesgeschiedenis. Kies op tekstkenmerken zoals het aantal leenwoorden. Bij elk verhaal kunt u het aantal klankgroepen en andere woordkenmerken inzien.

Nog meer thuis oefenen?

 

  • Geef een werkboek Taal in Blokjes mee. Bepaal het niveau en laat de leerling bijvoorbeeld elke dag 3 bladzijdes uit het werkboek maken. Met de online les of met foto’s van de bladzijdes kan de ouder terugkoppelen.
  • Geef het blokwoordenboek met woorden in opklimmende moeilijkheidsgraad mee naar huis, en kies telkens een aantal blokwoorden als opdracht.
  • Geef een leeskwartet mee om thuis met de woordstructuren en met lezen te oefenen als een uitdagend spel, ook voor de ouders!

Tips en verdieping

 

De reader heeft een algemene bieb met verhalen op alle Avi-niveaus. Je kan ook je eigen content toevoegen, bijvoorbeeld eigen teksten, verhalen met een thema of teksten voor

begrijpend lezen. Maar ook woordenlijsten zodat je de spelling kan oefenen. De software codeert alle teksten automatisch, dit hoef je niet zelf te doen.

F&L-expertisecentrum: tips voor hoe je de reader kan inzetten 

Benieuwd hoe de reader werkt? Bekijk de video’s 

Meer informatie over de Taal in Blokjes Reader software zie

Waarom kan een leerling beter leren lezen en spellen met de Taal in Blokjes?

Met Taal in Blokjeskunnen leerlingen hun lees- en spellingvaardigheid te verbeteren. Bij Taal in Blokjes leren de leerlingen hoe woorden in elkaar zitten met horen, zien, voelen en zelf doen.
De methode is multisensorieel: auditief, visueel, tactiel/motorisch.
In het algemeen is het zo dat je makkelijker leert naarmate er meer zintuigen worden ingeschakeld.

Het begrijpen hoe woorden in elkaar zitten, vergemakkelijkt het proces van lezen en spellen.
De leerling leert hoe je de geheime code van de taal kan kraken.

Voor lezen moet een leerling begrijpen hoe woorden in elkaar zitten, bijvoorbeeld: hoe lees je lange woorden, hoe spreek je woorden uit met de regels voor de korte en de lange klinkers, Wanneer lees je ‘haken’ en wanneer lees je ‘hakken’? Hoe herken je de stomme klinkers in woord zoals in ‘boekje’, ‘begin’ en ‘fluisteren’? Dit is belangrijk voor de uitspraak. Met lezen kunnen woorden sneller ‘ontsleuteld’ worden als de leerling begrijpt hoe woorden in elkaar zitten.

Om een woord goed op te schrijven, moet een leerling eerst begrijpen hoe een woord in elkaar zit.
Hierbij kan (veel) lezen erg nuttig zijn. Zeker als de woorden op klank zijn gecodeerd. Eerst kijken hoe woorden in elkaar zitten en dan zelf doen: van decoderen naar coderen. Welke klanken zijn er gebruikt en welke regels zijn er toegepast? Wanneer schrijf je ‘haken’ en wanneer schrijf je ‘hakken’? Alle woorden uit het hoofd leren kan niet, onze taal is gebouwd op klanken en regels.

Werkvormen lezen èn spellen met Taal in Blokjes in de klas

Hieronder staan een aantal werkvormen voor lezen en spellen met Taal in Blokjes in combinatie met de taalmethode die in de klas wordt gebruikt.

Tijdens het behandelen van een spellingcategorie kan je steeds een stap weghalen totdat je alleen een auditief dictee geeft, zonder klankblokken. Het doel is dat de leerlingen de kleuren internaliseren en gaan “blokken in het hoofd”.

Stap 2 en 3 kan je soms al redelijk snel overslaan, afhankelijk van de situatie en het niveau van de leerlingen. Het blijft echter cruciaal om gecodeerde woorden (en teksten) hardop te lezen, ook voor de spelling! Bij de volgende spellingcategorie gebruik je weer meer stappen.

A) Met de Taal in Blokjes Reader software op het digibord

  1. Zet woordpakketten in Taal in Blokjes Reader software, codeer deze en projecteer deze op het digibord. Dan eerst voorlezen en samen lezen (koorlezen).
  2. Laat de woorden staan op het digibord. Visueel dictee: de leerlingen bouwen met de klankblokken de woorden op het digibord (de leerling verklankt bij het blokken maar kan “spieken” op het digibord).
  3. De leerlingen kijkt het blokwoord na m.b.v. het digibord.
    In een groepje kijken leerlingen elkaar na.
  4. Zet het digibord uit. Zie hieronder voor stap 5 en verder: auditief dictee.

B) Met een woordenlijst op papier

  1. Kopieer de woordenlijst (bijv. een woordpakket) in groot lettertype op een blaadje. Laat de leerling(en) de woordenlijst zelf coderen en hardop lezen. Door het hardop lezen koppelt de leerling de kleuren aan de uitspraak van de klanken.
  2. Visueel dictee: de leerlingen bouwen met de klankblokken de woorden (de leerling verklankt bij het blokken maar kan “spieken” op het zelf gecodeerde blaadje).
  3. De leerling kijkt blokwoord na m.b.v. de zelf gecodeerde woordenlijst.
    In een groepje kijken leerlingen elkaar na.
  4. De leerling draait het codeerblaadje om. Zie hieronder voor stap 5 en verder: auditief dictee.

C) Auditief dictee met blokken

De leerling krijgt een voorbereid auditief dictee van de woorden: één woord tegelijk.

  1. De leerling bouwt het woord met de klankblokken en verklankt hierbij het woord (de leerling zegt de klank, pakt het blokje enz.). In een groepje kijken leerlingen elkaar na.
  2. De leerling schrijft het woord op. In een groepje kijken leerlingen elkaar na.
  3. En nu naar het volgende woord!
  4. Als er tijd is: laat de leerling een paar zinnen maken met de woorden van het woorddictee. Dit is goed voor de generalisatie en herhaling in een context.

D) Auditief dictee zonder blokken

Sla stap 5 over. De leerling luistert naar het woord en schrijft het woord op, zonder eerst te blokken.