Aan de slag met de basiskoffer
@th text toevoegen en tekst invoegen van onder `Waarmee kan je het beste beginnen?`? Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Sed viverra congue lorem, mollis bibendum nunc commodo a. Etiam velit risus, gravida et nisl ut, finibus aliquet tortor. Integer blandit erat dui, vel suscipit elit porttitor vitae. Vivamus tristique justo enim, et convallis dolor congue at. Mauris urna massa, sodales et bibendum quis, sagittis hendrerit quam.
Waarmee kan je het beste beginnen? Gebruik de basiswerkvormen woorden op klank coderen en woorden bouwen met de klankblokken van Taal in Blokjes.
Bekijk ook Taal in Blokjes Reader software en de bespreking van werkvormen van Taal in Blokjes. Hier worden alle materialen werkboeken en software beschreven met doelstelling, uitleg en voorbeelden. Tevens bevat het veel informatie over de methode en de basiswerkvormen lezen en spellen.
Oefen met de Basiskoffer
Met de Basiskoffer van Taal in Blokjes kan je onder andere woorden bouwen met de klankblokken en opschrijven. Je kan beginnen met de woorden van het Blokwoordenboek. Het Blokwoordenboek heeft woordenlijsten in opklimmende moeilijkheidsgraad. Bouw eerst de ‘makkelijke’ woorden met de klankblokken en ga steeds een stapje hoger. In de Basiskoffer zitten ook de Klank-teken kaartjes, de Fluormarkers voor het coderen van woorden, de Sprinpleinen basis en een Spiekpen.
Opmerking: heb je het startpakket voor ouders? Dan kan je de basiskoffer die je al hebt, aanvullen met de klank-teken kaartjes en de Springpleinen uitgebreid
Wil je weten hoe je moet blokken en woorden codeert met lezen? Bekijk dan de werkvormen: Blokken en Lezen.
Tips bij de basiskoffer:
Tip 1: gebruik het Blokwoordenboek voor het bouwen van woorden met de klankblokken, begin met de ‘makkelijke’woorden en probeer steeds een stapje hoger te gaan. Begin bijvoorbeeld met 5 woorden per keer. Laat de woorden hardop verklanken bij het maken van het blokwoord. Gebruik altijd klanknamen als je een woord in losse klanken verdeelt, géén alfabetnamen. Bijvoorbeeld: ‘boot’ is b-oo-t en niet bee-oo-oo-tee. De woorden van het Blokwoordenboek zijn ingedeeld op werkboek. Als je bijvoorbeeld werkboek 4 gebruikt, pak dan de woorden voor werkboek 4 uit het Blokwoordenboek.
N.B. de blokjes hebben een richting: het puntje wijst altijd naar rechts.
Tip 2: gebruik ook de werkvorm lezen die bij het Blokwoordenboek hoort, dit is ‘Woordvelden’. Bij de Woordvelden maakt een deelnemer een blokwoord en zegt alleen uit welk vak dit komt. De andere deelnemer moet de woorden in het vak lezen en het geblokte woord terugvinden.
Tip 3: vraag de leerkracht woordpakketten en categoriewoorden van de schoolmethode en laat deze woorden bouwen met de klankblokken.
Tip 4: geef een auditief dictee met de klankblokken. Zeg een woord, laat het woord bouwen met de klankblokken en opschrijven.
Tip 5: gebruik de klankkaart 1+2 en 3+4 op A4 formaat om de klankblokjes op te leggen, op deze kaart passen precies de klankblokjes. Gebruik deze kaart voor het oefenen van de klank-teken koppeling: leg het goede blokje op de ‘a’, leg een blokje op de ’t’ enz.. En ook bij het ‘hakken’ van woorden in losse klanken: zeg ‘boot’, je kind zegt ‘b-oo-t’ en legt, tegelijk met het uitspreken van de klanken (letters), de blokjes van ‘boot’ op de klankkaart in de goede volgorde.
Je kan de klankkaart 1=2 en 3+4 ook gebruiken en als tussenstap bij het maken van blokwoorden: je kind hakt het woord hardop in losse klanken, legt de goede blokjes in de juiste volgorde op de klankkaart, pakt daarna de blokjes van de kaart in de goede volgorde en schuift de blokjes aan elkaar. Dit is het blokwoord.
Meer weten hoe je aan de slag kan met de Werkboeken, extra materialen en spelend leren?